In memoriam ds. Frederik Hendrik (Erik) Veenhuizen

Op 28 juni jl. overleed te Utrecht, op de leeftijd van 88 jaar ds. Erik Veenhuizen, sinds 24 maart 2013 weduwnaar van Manny Veenhuizen-Leinenga. Gereformeerd predikant in Goor, in Overveen, in Amsterdam-Nieuwendam, predikant met bijzondere opdracht in Apeldoorn, emeritus predikant vanaf 31 mei 1992.

Pionier, bruggenbouwer, gemeente-opbouwman, nestor.
Erik groeide op in de gereformeerde kerk (synodaal). Een persoonlijke ontmoeting met een neef uit Canada die over Jezus sprak alsof hij Hem persoonlijk kende, was het begin van een bijzondere geloofsweg waarin hij veel andere mensen ontmoette die hem inspireerden om als Zijn vriend en medewerker, metgezel en afgezant zijn leven in te zetten voor Gods koninkrijk.

Een echte Pionier
De kennismaking met Sydney Wilson en anderen riep in het leven van Erik en zijn vrouw Manny het verlangen op naar geestelijke vernieuwing in de gemeenten die hij mocht dienen. Vooral de jongeren wisten zich toen aangesproken door zijn prediking en zijn boodschap. Het riep ook duidelijke spanningen op en zelfs ook een stuk lijden aan de kerk, iets wat hem en zijn vrouw diep raakte. Weerstand tegen de persoonlijke prediking en de uitleg hoe je Christus kunt aannemen werd persoonlijk naar hen uitgesproken. Pionieren gaat niet zonder tranen. Met veel volharding gaven zij zichzelf. In deze tijd maakten ze samen meerdere reizen naar Oost-Europa, om de vervolgde kerk te bezoeken. Deze kennismaking met de vervolgde kerk heeft hun de ogen geopend voor de plaats die lijden en vervolging innamen in het leven van deze broeders en zusters.

Een bijzondere bruggenbouwer
In de jaren 60 tot 80 was de afstand tussen de nog bloeiende gevestigde kerken en de opkomende evangelische beweging nog erg groot. Over en weer werd er met veel vooroordelen over elkaar gesproken en gedacht. Er waren veel spanningen. Erik had echter een vooruitziende blik, dat de evangelische beweging weleens van grote betekenis kon zijn voor de toekomst van de gevestigde kerken. Hij schroomde dan ook niet om goed kennis te nemen van de evangelicale wereld en te zoeken naar hoe dat in de eigen kerkgemeenschap ingebracht kon worden. Hij bracht ook studenten en predikanten in aanraking met dit nieuwe gedachtengoed en moedigde hen aan om het ook in de praktijk te brengen.

Een gepassioneerde gemeente-opbouwman
De grootste passie van Erik in de vele jaren van zijn bediening lag op het terrein van de gemeente-opbouw (praktische ecclesiologie). Zijn eigen kennismaking met de agogische disciplines en de toepassing daarvan in goed gestructureerde gemeente-opbouw hadden daarin een grote betekenis. De persoonlijke vriendschap met Christian Schwartz en zijn gedachtengoed werden de onmisbare bouwstenen voor menig intervisiegroep en studiegroep in het gemeente-opbouwwerk. De geloofsmatige benadering hierin was van groot belang. Ook de nadruk op de kleine kringen als onmisbaar instrument voor gemeentevernieuwing, waarin de geloofsverbondenheid beoefend wordt, werd telkens benoemd en benadrukt.

De nestor van de evangelische vernieuwingsbeweging in de gevestigde kerken
Begin jaren 90 was het Erik die samen met Pieter Boomsma en Hans Eschbach de evangelische beweging een officieel adres gaf in de hervormde en de gereformeerde kerken. Op een zendingsconferentie van de Navigators (DAWN) spraken ze hierover met elkaar en vervolgens hebben ze deze uitdaging opgepakt. Samen met een achttal predikanten (o.a. Evert van de Poll, Steve van Deventer, Peter Bakker, Tjitte Wever) hebben we toen een jaar de tijd genomen om te bidden en te schrijven aan het Evangelisch Manifest, waarin we onze droom van een geestelijk vernieuwde kerk verwoordden. Dit werd de basis van het Evangelisch Werkverband. Eriks leiding, betrokkenheid en vastberadenheid hielpen ons om zo een start te maken met een beweging die in de afgelopen 25 jaar op zoveel plekken inspiratie en zegen heeft mogen verspreiden. Robbert-Jan Perk 4 juli 2019, bij afscheid Erik Veenhuizen robbertjanperk@planet.nl

De parabel van de timmermanswerkplaats
In de timmermanswerkplaats was een vergadering van het gereedschap. De voorzitter was natuurlijk de hamer. Maar iemand stond op en zei: ʻDe hamer moet weg want die maakt zo verschrikkelijk veel lawaai bij het timmeren.ʼ Toen zei de hamer: ‘Maar als ik weg moet dan moet de boor ook weg want die maakt nog meer lawaai dan ik.’ En de boor zei: ‘Dan moet de schaaf ook weg want die is altijd zo oppervlakkig bezig, die gaat nooit de diepte in.’ En de schaaf zei: ‘Maar dan moet de schroef ook weg want daar moet je altijd aan wrikken en draaien om hem in beweging te krijgen en hem te laten functioneren.’

Toen ging de deur van de werkplaats open en de timmerman van Nazareth kwam binnen. Hij deed zijn voorschoot voor en ging aan de slag. En hij maakte die dag een soort sprekersgestoelte, een preekstoel. Hij timmerde en beitelde en schaafde en hamerde dat het een lieve lust was. En aan het einde van de dag was zijn werkstuk klaar en hij deed zijn voorschoot af. Bij de deur draaide hij zich nog eenmaal om en keek naar wat hij die dag gemaakt had. En toen hij weg was stond de zaag in zijn volle lengte op en zei: ‘Zagen jullie hoe blij hij was met alles wat hij gemaakt had? En hij heeft ons allemaal gebruikt!ʼ

Wat je ook interessant zou vinden