Mensen van Jezus: Stella

“Als kind – mijn ouders zijn jong gescheiden – heb ik veel voor mijn broertjes en zusje gezorgd. Ik kijk er niet met nare gevoelens op terug, maar het was geen doorsnee leven voor een kind op die leeftijd. Bij hele nare dingen kon ik denken: “Het gaat me lukken.” Ik heb het jaren volgehouden, zakte niet in mekaar. Ik was toen een jaar of 11, de oudste van vier. Als ik terugkijk zie ik die veerkracht als van God gekregen.”

“Later heb ik daar een thesis over geschreven. Het schijnt normaal te zijn dat het oudste kind de plek van een volwassene inneemt, zorgtaken overneemt. Van jongs af aan tot nu vind ik het interessant hoe dat dan gaat. Wat een kind allemaal wel of niet aankan in zo’n situatie. Hoe een moeder en een vader in een gescheiden situatie met hun kind omgaan. Ik heb er m’n werk van gemaakt om ouders daarin bij te staan. De veerkracht van vroeger is niet meer zo nodig sinds ik bij Pieter ben. Ik ontvang veel gulheid van God. Met Pieter twee jaar in Engeland wonen, een fijne baan met veel ruimte, de kindjes die zo leuk en gezond zijn. Te veel om op te noemen.

Naar de kerk gaan? Mmmm, goede vraag. Toen we in Engeland woonden ging ik vooral naar de kerk voor het doorgronden van de bijbel. Nu ga ik meer voor de liederen en het contact na afloop. Bijvoorbeeld afgelopen zondag. Ik stond per ongeluk bij het ministrygedeelte na de dienst. Ik kwam in gesprek met iemand. Het ging over moeder zijn en wat dat met je doet. Dat er luikjes zijn in je hoofd die open gaan. Dat je bang over iets kan zijn. In die diepere ontmoeting met elkaar vind ik betekenis. In de kerk kun je het koetjes en kalfjes verhaal overslaan.

Ik ben een optimistisch persoon met lichte neiging naar overmoedigheid. Nu met een klein baby’tje (Evi) kan ik meer bedenken over wat er allemaal mis kan gaan. Dat bedoel ik met dat luikje. Je kunt makkelijk praten over ‘je moet niet bang zijn’ maar wat als je opeens ‘bang’ kent? Dat lijkt me lastig. Gister rende bijvoorbeeld mijn zoon Joël (3) de straat op. Het ging goed, maar in een flits gaat dan door mijn hoofd dat het misgaat. Het is voor mij een geloofsgedachte – berusting –  dat God er in zo’n situatie is. Dat begon op het moment bij de geboorte van mijn zoon Joël. Ik legde hem in zijn wiegje en hoorde mezelf zingen het liedje dat mijn moeder altijd zong: “Klein, klein kindje ik hou zo veel van jou, ik maak een biezen mandje en morgen is het klaar”. Daar heb ik dan het beeld bij van de moeder van Mozes die hem in de rivier legt. Ik zing het nu weer bij Evi. Dan leg ik haar in haar bedje ‘s avonds en heb er rust over. Ik heb mijn moedertaken overdag en God waakt over haar ‘s nachts. Ik mag het loslaten en gaan slapen. Ik slaap overigens geweldig!”

Wat je ook interessant zou vinden

Gepubliceerd door

Kiki

Kiki schrijft mee aan de wekelijkse rubriek 'Mensen van Jezus'.