In mijn preek gaat het over aartsvader Jacob. Hij weet dat de God waarin hij gelooft een God van hoop is en een God van hoop blijft. Toch wordt dat in zijn leven ook aangevochten. En ook in die aanvechting zou deze God van hoop wel eens de hand kunnen hebben. Ten minste, zo lees ik het verhaal van aartsvader Jacob aan de Jabbok. Wat is de reactie van Jacob op die uitdaging van God? Zondag gaat het er verder over, in Witte Vrouwen.
We lezen: Genesis 32:4-14, 18-32 en Genesis 33:1-4.
Welkom!
Ds. Peter Bakker


